
Nu mag iedereen mag zijn eigen mening hebben, en deze uiten, maar daar volgt niet uit dat men zijn eigen feiten mag hebben. Daar kan nog de uitspraak van Christopher Hitchens aan worden toegevoegd: uitzonderlijke claims vergen uitzonderlijk bewijs.
Daarmee zijn we aanbeland op het punt van argumentatie: een onderbouwde mening is nu eenmaal meer waard dan zomaar een opmerking. Argumenten op basis van feiten en logisch redeneren maken een standpunt sterker.
Argumentatie vereist kritisch denken, maar zoals zal blijken is kritisch denken niet altijd kritisch denken. Bij de eerste variant probeert men de logische misvattingen of drogredenen te vermijden bij de evaluatie van een bewering, bij de andere variant verwerpt men eenvoudigweg een geaccepteerde wetenschappelijke theorie. Dat kan zijn uit onbegrip met de materie (relativiteitstheorie), religieuze overwegingen (evolutietheorie) of politieke voorkeur. (klimaatverstoring door de mens)
Op het weblog van de Volkskrant heeft Rudolfhendriques1 ook zo zijn mening omtrent Einstein, 's mans theorieën of wetenschap in het algemeen, al bedoelt hij met dat laatste de exacte wetenschappen.
Kern van zijn visie is dat de lichtsnelheid niet ter discussie staat, (deze is om en nabij 300.000 km/h.) maar of het mogelijk is dat fotonen stationair blijven in de ruimtetijd en dat wij (d.w.z. materie) degenen zijn die door de ruimtetijd de toekomst inreizen. In zijn eigen woorden: misschien was Einstein toch een beetje in de war...
Goed, als dit Ruud's persoonlijke mening is, is er nog niet veel aan de hand. Maar naar eigen zeggen is Ruud al heel wat jaartjes bezig zijn standpunten uit te dragen, kennelijk met de bedoeling mensen van de geldigheid van zijn opvattingen te overtuigen. Hij schrijft daartoe geleerden als Gerard 't Hooft aan. Hij heeft daartoe een weblog bij de Volkskrant, en een kanaal op Youtube. Daarnaast krijgt hij aandacht van de media, zoals in dit radioprogramma. Kort gezegd, Rudolfhendriques1 wil mensen overtuigen van zijn visie.
Helaas gaat het Rudolfhendriques1 argumentatief niet best af. Hij geeft zelf toe geen natuurkunde te hebben gestuurd, maar velt wel een waarderingsoordeel over natuurkunde, getuige zijn laatste blog “Waarom zijn natuurkundigen zo kortzichtig? En ik bedoel het niet vervelend.”
Ondanks zijn veelvuldige pogingen ons ervan te overtuigen dat zijn standpunten minstens even geldig zijn als de gangbare wetenschappelijke theorieën hierover, falen zijn pogingen medestanders te vinden, gelet op de reacties op zijn beweringen. Ruud’s redeneringen schieten tekort op de volgende criteria:
1. Falsifieerbaarheid
2. Logica
3. Compleetheid
4. Eerlijkheid
5. Herhaalbaarheid
6. Toereikendheid
In een van zijn andere blogs, somt Ruud zijn stellingen een voor een op. Ik heb er een aantal uitgelicht, om aan te geven waar Rudolfhendriques1 argumentatief uit de bocht vliegt.
1) We weten allemaal dat snelheden relatief zijn. Als A een snelheid heeft t.o.v. B dan heeft B exact dezelfde snelheid t.o.v. A. Wie of wat er een snelheid heeft is relatief.
De opmerking "we weten allemaal" is een ad populum schijnargument. Immers, hier wordt verondersteld dat wij allemaal hetzelfde weten. Rudolfhendriques1 probeert de juistheid van een stelling te bewijzen door aan te voeren dat er een meerderheid voor te vinden is. Zelfs al zou dat zo zijn, ontslaat het hem niet toch zelf een correcte argumentatie hiervoor aan te voeren.
Los daarvan is zijn stelling in zoverre incorrect dat snelheid in de klassieke mechanica uitgedrukt wordt in afgelegde afstand gedeeld door de verstreken tijd. (bijvoorbeeld kilometer per uur) Met Einstein heeft dit tot zo ver niets van doen. Vermoedelijk, maar dat ik niet zeker, verwart hij hier relatieve beweging met absolute beweging. De eerste is lineair, de tweede is een rotatie van een punt A ten opzichte van een vast punt B.
2) Als A versnelt dan kun je ook zeggen dat A vertraagt. Aangezien we nog niet bepaald hebben wat de absolute richting van massa is is iedere richting een relatieve richting. Als je in een trein zit zonder ramen kun je nooit weten ofdat de trein optrek of afremt. In zekere zin zitten wij in een trein zonder ramen, voor en achter zijn relatieve begrippen.
Dit is regelrechte onzin. Wie in een lift staat, "voelt" (bijvoorbeeld door zijn evenwichtsorgaan) vanzelf dat de lift omhoog of omlaag gaat. Idem dito voor wie in een trein zonder ramen zit. Dit heeft te maken met Newton's wetten van de mechanica.
Newton's wetten stellen:
- als de som van de krachten op een voorwerp nul is, dan de versnelling nul is. Een voorwerp beweegt dan met een constante snelheid in een rechte lijn, of is in rust. Dit verschijnsel heet de inertie van een massa.
- de verandering in beweging van een voorwerp is gelijk aan de resulterende kracht die op het voorwerp werkt. Deze verandering volgt de rechte lijn waarlangs de kracht werkt. Dit is de formule F=m.a, waarbij de kracht (F) het product is van massa (in kilogram) maal de afstand (in meters) gedeeld door tijd (in seconde²)
- als een voorwerp A een kracht uitoefent op een voorwerp B, dan oefent voorwerp B een even grote, gelijktijdige en tegengesteld gerichte kracht uit op A en omgekeerd. (ook wel bekend als actie = reactie)
3) Om te bewegen heb je tijd nodig. Tijd zou je kunnen zien als de brandstof voor beweging.
Dit is een verkeerde analogie. Weliswaar kun je tijd na hoogte, breedte en lengte zien als de vierde dimensie. Van een gebeurtenis (zoals beweging) kun je zeggen dat deze na een andere gebeurtenis plaatsvindt. Een gebeurtenis vindt plaats op een tijdstip of moment. De tijd is dan een opeenvolging van tijdstippen. Maar als iets niet beweegt, gaat er ook tijd voorbij. De term "brandstof" is dus een verkeerde analogie.
4) Volgens de wetenschap verbruik je minder tijd naar mate je sneller gaat. t.o.v. een reiziger die met de lichtsnelheid reist zou onze tijd oneindig veel sneller gaan.
Dit is een onjuiste voorstelling van zaken. De Speciale Relativiteitstheorie stelt:
- de lichtsnelheid c heeft in elk inertiaalstelsel dezelfde waarde
- in elk inertiaalstelsel gelden dezelfde natuurwetten.
5) Elke snelheid die we meten is een snelheid t.o.v. de snelheid waarmee een klok loopt. Een secondewijzer heeft een constante snelheid, het meten van tijd is niets anders dan het meten van een constante snelheid van een secondewijzer en deze vergelijken met een andere snelheid. Het meten van tijd is het meten van beweging.
Deze twee punten zijn samen te vatten als onbegrip met de theorieën van Einstein, aangezien Rudolfhendriques1 hier reiziger en waarnemer verwisselt. Dit is al uitgewerkt in punt 4.
Handig om te weten: Op een zeer grote klok zou de secondewijzer altijd met 300.000km/sec in de rondte gaan. We hoeven onze huidige klok daar enkel maar iets groter voor te maken en de secondewijzer te verlengen tot zo'n 2.8 miljoen kilometer lengte. Op universle schaal niet eens zo'n hele grote klok.
Handig om te weten: Op een zeer grote klok zou de secondewijzer altijd met 300.000km/sec in de rondte gaan. We hoeven onze huidige klok daar enkel maar iets groter voor te maken en de secondewijzer te verlengen tot zo'n 2.8 miljoen kilometer lengte. Op universle schaal niet eens zo'n hele grote klok.
Dit is een red herring. Wat dit met het hele onderwerp te maken heeft, wordt niet duidelijk, maar het leidt wel de aandacht af.
7) Men gebruikt de vervalsnelheid van een cesium atoom om de absolute tijd te meten. Dat er geen verval meer plaatsvindt bij de absolute lichtsnelheid blijkt ook niet te bevatten voor natuurkundige wetenschappers. Maar voor de duidelijkheid, ook een verval is een mate van beweging, bij de absolute lichtsnelheid is die beweging er niet meer en wordt er ook geen tijd meer gemeten.
Hier begaat Rudolfhendriques1 een stromanargument.
Het klopt dat voor tijdsbepaling met een atoomklok het verval van een Cesium-137 isotoop wordt gebruikt. Maar dat natuurkundige wetenschappers niet kunnen bevatten dat dit verval niet zou plaatsvinden bij de lichtsnelheid is een stelling die hij natuurkundige wetenschappers zelf aanwrijft en vervolgens aanvalt. Dit is een stroman argument.
8) Bij de lichtsnelheid gaat het "verbruik" van tijd naar een nulpunt. Het is vrij eenvoudig, daar waar geen tijd verbruikt wordt daar is ook geen sprake meer van beweging.
Het klopt dat voor tijdsbepaling met een atoomklok het verval van een Cesium-137 isotoop wordt gebruikt. Maar dat natuurkundige wetenschappers niet kunnen bevatten dat dit verval niet zou plaatsvinden bij de lichtsnelheid is een stelling die hij natuurkundige wetenschappers zelf aanwrijft en vervolgens aanvalt. Dit is een stroman argument.
8) Bij de lichtsnelheid gaat het "verbruik" van tijd naar een nulpunt. Het is vrij eenvoudig, daar waar geen tijd verbruikt wordt daar is ook geen sprake meer van beweging.
Ook hier weer de verwarring tussen de reiziger en de waarnemer, zoals beschreven in punt 4. Daarnaast wordt niet aangegeven wat dit "nulpunt" is. Een ambiguïteitsdrogreden derhalve.
9) Naast het feit dat er bij de lichtsnelheid geen tijd meer wordt verbruikt blijkt ook de ruimte te kunnen krimpen. Kort gezegt, des te sneller je gaat des te korter wordt de afgelegde weg en des te minder tijd je verbruikt.
Dit is een non-sequitur. (lett. volgt er niet uit) Hier begrijpt Rudolfhendriques1 de begrippen tijdsdiletatie en lengtecontractie niet. De conclusie "des te sneller je gaat des te korter wordt de afgelegde weg" kan in ieder geval niet worden gemaakt.
10) Misschien zou de wetenschap zich kunnen verdiepen in de werking van een motorrem of zich eens verdiepen in het begrip remweg.
Hier wordt de wetenschap een bepaald standpunt toebedacht en vervolgens aangevallen. Wederom een stromanargument.
Als je remt, dan wordt de afgelegde weg per seconde korter en neemt het verbruik van brandstof af. Het eneige wat jullie nu moeten leren begrijpen is dat tijd letterlijk de brandstof is van iedere beweging. Tijdsdilatatie en lengtecontractie zijn aspecten van de ruimtetijd die ontstaan doordat je trager door de ruimtetijd gaat.
Dit is argumentatief niet alleen een foute analogie (zie punt 3) maar ook weer een red herring.
11) Het zou handig zijn als natuurkundigen zich iets meer zouden verdiepen in neuroscience. Lees eens iets over de projectie van de werkelijkheid die zich enkel maar afspeelt tussen de oren. Letterlijk gezien bevindt alles wat je ziet of leest zich tussen je oren. Er is geen werkelijkheid "buiten" jezelf.
Een dergelijke redenering staat bekend als solipsisme, een filosofische stroming die stelt dat er maar een enkel bewustzijn bestaat: dat van de persoon zelf. Het hele universum en alle andere personen waarmee gecommuniceerd wordt bestaan slechts in de geest van de waarnemer. In Rudolfhendriques1's woorden: Mijn idee is dat de werkelijkheid in feite een illusie is die zich letterlijk afspeelt tussen uw oren, en dat u zelf "als individu" een positie heeft in het universum die volstrekt uniek is.
Op zich mag solipsisme innerlijk wel consistent en logisch lijken, het probleem is dat solipsisme niet falsifieerbaar is. Je kunt het weerleggen noch bewijzen.
Falsifieerbaarheid houdt in dat er in principe bewijs moet kunnen bestaan waarmee je het standpunt kunt verwerpen. Is de claim onjuist, zal het bewijs die onjuistheid aantonen. Is de claim wel juist, zal er geen bewijs zijn dat het standpunt weerlegt. Als er niets is dat de claim zou kunnen weerleggen, dan is de bewering in feite inhoudsloos.
De stelling dat er geen werkelijkheid "buiten" jezelf is, is bijvoorbeeld inhoudsloos. Dat Rudolfhendriques1 het zo ziet, bewijst niets. Als tegenargument kun je hooguit het scheermes van Occam in stelling brengen. Op 6 augustus 1945 werd boven Hiroshima de eerste atoombom tot ontploffing gebracht boven een burgerdoel en kwamen 78.000 mensen in een fractie van een seconde om. Het lijkt me erg onwaarschijnlijk dat 78.000 mensen van verschillend geslacht en leeftijd op dezelfde tijd precies dezelfde hallucinatie hadden.
Een tweede argument tegen de stelling dat er geen werkelijkheid "buiten" jezelf is, ligt in wat de waarderelativistische drogreden heet. Deze verloopt als volgt:
1. Stelling X wordt voorgedragen.
2. Persoon A stelt dat X waar mag zijn voor anderen, maar dat dat niet voor hem/haar geldt.
3. Derhalve mag persoon A stelling X verwerpen.
Immers, als er geen werkelijkheid "buiten" jezelf is, maar dat deze werkelijkheid slechts het resultaat is van de waarneming van het enkele bewustzijn dat bestaat, is alles mogelijk. Hiermee komt solipsisme met zichzelf in een logische tegenspraak: ook Rudolfhendriques1 houdt zijn betogen met de onuitgesproken aanname dat er een soort van objectieve waarheid bestaat (weliswaar de zijne, maar dat is nu niet zo relevant)
Als echter geldt dat X waar mag zijn voor anderen, maar niet voor hem/haar geldt, geldt dat dit mechanisme twee kanten opwerkt. Ook Rudolfhendriques1's betogen mogen dan misschien voor hem gelden, maar niet voor mij of voor zijn vaste panel reageerders.
Ik heb sterk het vermoeden dat dit betoog aan Rudolfhendriques1 niet besteed zal zijn. Ik kan niet aantonen wat de beweegredenen zijn van Rudolfhendriques1 om haast chronisch Einstein, zijn theorieën of wetenschap in het algemeen aan te vallen. Ik kan daar naar raden, maar daar gaat het mij niet om.
Zijn blogs bij de Volkskrant kunnen rekenen op een vaste ploeg reageerders als N♫t, Prrt en Eelco, die hem het vuur aan de schenen leggen. Rudolfhendriques1 reageert echter vaak in de trant van "niets (is) zo relatief als een bewijs. Jouw geloof is niet het mijne, en ik geloof niet in jouw bewijzen." of "alle wetenschap begint bij theorie en filosofie. Dus ik ben goed bezig en het maakt dan niet uit of ik wel of geen gelijk zal hebben." Let hierbij weer op de waarderelativistische drogreden.
Hopelijk heeft de lezer nu wel begrepen dat kritisch denken gewoon niet altijd kritisch denken is, maar gewoon kortzichtigheid of vooringenomenheid.
Met vriendelijke groet,
Me,myself and I
Opmerking: voor de definities van de schijnargumenten is gebruik gemaakt van de omschrijvingen zoals vermeld op The Nizkor Project
Mooi betoog !
BeantwoordenVerwijderenIk houd het er nog steeds op dat Rudolfhendriques1 (Ruud op z'n hollands) een morosoof is, als antwoord op je vraag in de blogtitel.